Volkskrant Filmrecensie | Holland, natuur in de delta is wat gemoedelijk

De Biesbosch-natuurfilm is niet de ongerepte sensatie van zijn voorganger. Maar het pimpernelblauwtje en de trek van stekelbaarsjes zijn net zo goed episch.

Ooit, lang geleden, dwaalden er nijlpaarden en olifanten rond in de Biesbosch. De vertelstem in Holland, natuur in de delta constateert het onverbloemd, dit huidige gebrek aan dieren van enige omvang. Dat was toen. Nu moet de Hollandse natuurvorser zich tevreden stellen met het pimpernelblauwtje, de bever, de stekelbaars en die pas recentelijk teruggekeerde zeearend.

Dat is geen straf, leert het vervolg op de eerdere, massaal bezochte natuurfilm De nieuwe wildernis – de makers spreken liever niet van documentaire, dat schrikt kijkers af. Met hun film over de Oostvaardersplassen troffen de filmers natuurgoud: een onvermoede kudde paarden die twee naar Nederlandse begrippen ijzige winters doormaakte, met de nodige sterfte. Drama was dat, schitterend gefilmd ook nog.

Daarbij vergeleken is Holland, natuur in de delta wat gemoedelijk: onderling boksende hazen en een pimpernelblauwtje dat de mieren om de tuin leidt. Ook mooi. Of zie die lange tocht van een schooltje jonge stekelbaarsjes, tegen de stroom op zwemmend door een spleet in de sluisdeur, op weg naar de zoete binnenwateren. De mens duikt ook op, in nostalgische gestalte: wilgen snoeiend, baggerend en ploegend in historische kledij. Dat doet een beetje aan schooltelevisie denken, maar er is niks schools of stijf aan de wijze waarop Holland, natuur in de delta inzichtelijk maakt hoezeer een herintredende roofvogel het gedrag van grazende prooidieren verandert, en daarmee ook het landschap…

Lees verder op de website van de Volkskrant