Volkskrant Filmrecensie | De ontdekkingstocht in De Wilde Stad voelt opgelegd, maar dat hindert niet

De ontdekkingstocht door de stad van de acteurskat behoudt iets opgelegds. Dat hindert verder niet: de vertelstructuur maakt de film ook geschikt voor jonge kijkers.

Natuur is overal. Niet alleen in de polder, of op de Veluwe. Je struikelt erover, juist in de grote stad. In Amsterdam, omzoomd door de weinig groene ringweg, gedijt een rijke variatie aan diersoorten, waaronder diverse exoten: halsbandparkieten, Amerikaanse kreeftjes, nijlgansen.

En zo vormt de Amsterdamse natuurfilm De Wilde Stad een logische afsluiting van Mark Verkerks trilogie over de huidige Hollandse fauna. Eerst was er het ongekend succesvolle en majestueus gefilmde Oostvaardersplas-dierendrama De nieuwe wildernis (2013), in co-regie met Ruben Smit; het tweetal kreeg nadien ruzie. Vervolgens het iets alledaagsere maar toch fraaie, wat weinig wervend getitelde Holland: natuur in de Delta (2015). En nu dus de dierenstand tussen beton.

BBC-waardige beelden

Waar die eerdere natuuropnamen slechts ondersteund werden door een vertelstem, verschijnt de verteller ditmaal ook echt in beeld: een cyperse huiskat. Gesouffleerd door columnist Sylvia Witteman, die de poezentekst schreef, en sprekend middels de stem van acteur Martijn Fischer. De ontdekkingstocht door de stad van de niet altijd even gemotiveerd ogende acteurskat (Abatutu, inmiddels een ster) behoudt iets opgelegds; je voelt de dierentrainer net buiten beeld lokken: nee, niet daarheen, maar dáárheen. Het hindert verder niet: de artificiële vertelstructuur maakt de film ook aandoenlijk en geschikt voor jonge kijkers…

Lees verder op de website van de Volkskrant